LEEF ENERGIEK & BEWEEG PIJNVRIJ
 . . . 

16.12.2020

Vitaily! Help jouw gezondheid preventief

Vitaily is een vernieuwend concept dat gezond én gemak combineert. Dat is fijn; gezond en gemak in één!
Een maanddoos bevat 30 aparte dag verpakkingen met 3 supplementen, namelijk:
2 tabletten (met magnesium, selenium en jodium)
1 capsule (met omega 3, vitamine D3 en vitamine K2)

Suppletie van deze sleutelstoffen is een essentiële aanvulling op het moderne leven en een zinvolle investering in de vitaliteit, zowel vandaag als richting de toekomst.

Vitaily kost je 3 slokken water en 6 seconden per dag.
Op dit moment betaal je minimaal €3,- per dag aan je zorgverzekering om de juiste zorg te krijgen als je jouw vitaliteit bent verloren. 
Investeer juist óók preventief. Het motto blijft: Is je lijf je lief, leef dan preventief!

Klik hier om in jouw vitaliteit te investeren.

Let op: gebruik de code (Paul&Chantal) om €7,50 voordeel te krijgen op een maand- of kwartaalpakket (voordeel niet van toepassing op een jaarpakket).

Nu kunnen we ons ook voorstellen dat je veel meer over supplementen wilt weten. 
Richard de Leth oprichter van Oersterk heeft hier een zeer uitgebreid blog over geschreven met heel veel extra informatie dat we hieronder (grotendeels) hebben geplaatst.  

De helft van de Nederlanders slikt supplementen. Er wordt jaarlijks ongeveer 150 miljoen euro aan supplementen geslikt. De vrije markt is een soort jungle waarin het lastig is om wegwijs te worden wat nu precies op jou van toepassing is. In dit artikel bieden we graag helderheid en overzicht.

Als je volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad eet, dan zou je voldoende voedingsstoffen binnen moeten krijgen. Het gebruik van supplementen zou dan niet nodig zijn, met uitzondering van specifieke doelgroepen. Dat klinkt in theorie aannemelijk, maar de praktijk blijkt vaak anders. Want wees eens eerlijk: eet jij altijd precies volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad? Die kans is klein, want bijna niemand eet precies volgens de richtlijnen. 
Uit onderzoek blijkt namelijk dat slechts:
16 procent van de volwassenen voldoende groente eet (>200 gram per dag)
13 procent van de volwassenen voldoende fruit eet (>200 gram per dag)
34 procent van de volwassenen voldoende vis eet (een keer per week)
6 procent van de volwassenen voldoende ongebrande noten eet (15 gram per dag)
19 procent van de volwassenen voldoende thee drinkt (drie koppen per dag)
Het grootste deel van onze bevolking eet dus niet wat er gegeten zou moeten worden om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen. Dit eetgedrag leidt tot een verhoogd risico op allerlei voedingstekorten en daarmee op klachten en ziekten. De verschillende organen in het lichaam hebben namelijk voldoende voedingsstoffen nodig om goed te kunnen functioneren – lees: om gezond te kunnen blijven. Naast het niet behalen van de voedingsrichtlijnen is het ook nog maar de vraag of deze richtlijnen wel optimaal zijn voor onze gezondheid. Dus wat is nu wijsheid? Als je onvoldoende groente, fruit, vis, ongebrande noten en thee binnenkrijgt, dan kun je jouw voeding aanvullen met supplementen om de kans op voedingstekorten te verkleinen. Laten we hier eens op inzoomen.

Welke basissupplementen kunnen mijn gezondheid ondersteunen?
Een groot deel van de Nederlanders krijgt te weinig omega 3-vetzuren, vitamine K, jodium, selenium en magnesium via de voeding binnen. Daarnaast is de zonkracht in Nederland een groot deel van het jaar te zwak om vitamine D aan te kunnen maken. Hierdoor hebben de meeste Nederlanders een suboptimale vitamine D-status. Het aanvullen van deze voedingsstoffen door middel van supplementen is voor velen geen overbodige luxe.

Omega 3-vetzuren
Er zijn drie omega 3-vetzuren, namelijk alfa-linoleenzuur (ALA), eicosapentaeenzuur (EPA) en docosahexaeenzuur (DHA). ALA is een essentieel vetzuur. Dit betekent dat het lichaam ALA niet zelf kan aanmaken en daarom afhankelijk is van ALA uit voeding. ALA zit in plantaardige voedingsmiddelen zoals in perilla olie, lijnzaad(olie), walnoot(olie), chiazaad en groene bladgroenten. Daarentegen zitten de vetzuren EPA en DHA in dierlijke voedingsmiddelen zoals in vis en in schaal- en schelpdieren, maar het zit ook in algen.
Het lichaam is in principe in staat om ALA om te zetten naar EPA en DHA, maar het omzettingsvermogen verschilt sterk per persoon. Waarom is de ene persoon beter in het omzetten dan de ander? Allereerst is dat afhankelijk van het geslacht. In de leeftijdscategorie waarin vrouwen zwanger kunnen worden, is hun omzetting van ALA in EPA 2,5 keer zo hoog als bij mannen. Ook de omzetting van ALA in DHA is bij vrouwen hoger dan bij mannen. Maar het geslacht is niet de enige factor die de omzetting beïnvloed. Voor de omzetting van ALA in EPA en DHA is het enzym delta-6 desaturase nodig. Verschillende factoren kunnen de werking van dit enzym remmen, waardoor de omzetting wordt verminderd. Het gaat hierbij om:
-verzadigd vet
-transvet
-omega 6-vetzuren
-alcohol
-voedingstekorten: zink, vitamine B6, vitamine B3, vitamine C en magnesium
-cafeïne uit koffie en thee
-suiker
-nicotine uit sigaretten
-stress
-hoge insulinewaarden door insulineresistentie
Veel gezondheidseffecten zijn te danken aan de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Het is dus belangrijk om hier voldoende van te hebben. Vanwege de geringe omzetting van ALA in EPA en in DHA zijn veel mensen afhankelijk van een directe inname van de omega 3-vetzuren EPA en DHA uit voeding of uit supplementen. 
De omega 3-vetzuren EPA en DHA zijn nodig voor een goede functie van het hart en de hersenen. Ze vormen onderdeel van het celmembraan en zitten dus in iedere lichaamscel. Hoe meer omega 3 in de celmembranen, hoe flexibeler de cellen zijn. Omega 3-vetzuren zijn in staat om de vaatwanden flexibeler te maken, waardoor zij bloeddrukverlagend werken. Daarnaast zijn flexibele cellen beter in staat om voedingsstoffen op te nemen en om afvalstoffen af te voeren.
Daarnaast kunnen receptoren beter in omega 3-rijke, flexibele celmembranen worden ingebouwd. Hierdoor verbetert de communicatie tussen cellen, waardoor signalen van hormonen en neurotransmitters – signaalstoffen van de hersenen – beter worden waargenomen. Dit zorgt ervoor dat je stressbestendiger wordt.
Verder is het vetzuur DHA één van de krachtigste onderdrukkers van de novo lipogenese. Dit is het proces waarbij koolhydraten in de lever worden omgezet in verzadigde- en enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Daarentegen bevordert EPA de vetverbranding. Onder andere door deze eigenschappen zijn EPA en DHA in staat om triglyceriden – bloedvetten – te verlagen.
EPA en DHA spelen ook een belangrijke rol binnen het immuunsysteem. Ze hebben een sterk ontstekingsremmend effect. Hoe meer EPA en DHA in het bloed, hoe lager de ontstekingswaarde C-reactive protein (CRP). Een hoog CRP staat o.a. in verband met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Kortom: omega 3-vetzuren zijn onder andere belangrijk voor het hart, de hersenen en het immuunsysteem. Maar vrijwel iedereen heeft een tekort aan de omega 3-vetzuren EPA en DHA. Laten we dit probleem eens nader bekijken. Slechts 34 procent van de Nederlanders eet de aanbevolen hoeveelheid vis. Volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad zou men minimaal één keer per week vis moeten eten. Zesenzestig procent van onze bevolking eet te weinig vis en loopt daardoor risico op een omega 3-tekort. Van al het vis dat gegeten wordt is slechts 42 procent vette vis. De meeste vis die gegeten wordt is dus vetarm en daarmee ook arm aan de omega 3-vetzuren EPA en DHA. De inname van vis, en met name vette vis, is dus gering.
Daarnaast hebben veel mensen ook een slechte vetvertering, wat te herkennen is aan vettige, plakkerige en slappe ontlasting. Als gevolg kunnen de omega 3-vetzuren uit de voeding niet goed worden opgenomen. Hierdoor belanden de omega 3-vetzuren via de ontlasting in de wc-pot. Dat is dus ‘dure’ poep.
Het is dan ook geen verassing dat Nederlanders een lage omega 3-status hebben. Dit blijkt uit een groot onderzoek dat in 2016 is gepubliceerd. Niet alleen in Nederland hebben we een lage omega 3-status. Het merendeel van de wereldbevolking blijkt een lage omega 3-status te hebben.
Dat de meeste Nederlanders een lage omega 3-status hebben blijkt ook uit eigen onderzoek. Inmiddels hebben we bij meer dan 700 mensen de omega 3-index gemeten en daaruit blijkt dat bijna iedereen een omega 3-index van slechts twee tot zes procent heeft. Onder de geteste mensen zitten ook mensen die één of meerdere keren per week vis eten. Sommigen slikten op het moment van meten (een simpele vingerpriktest) zelfs omega 3-supplementen, maar blijkbaar te weinig waardoor ze alsnog geen optimale omega 3-status bereikten.
Een omega 3-index van twee tot zes procent is veel te laag, want een omega 3-index van acht procent of hoger wordt in het algemeen als optimaal beschouwd. Bij Japanners lijkt dit percentage zelfs hoger te liggen, namelijk op tien procent of hoger.
Omega 3-bronnen
De vetzuren EPA en DHA worden ook wel visvetzuren of mariene vetzuren genoemd. Beide komen voor in voedsel dat uit de zee komt. Het zit bijvoorbeeld in vis en in schaal- en schelpdieren, maar ook in zeewieren en in algen. Zeewieren en algen bevatten voornamelijk DHA en in mindere mate EPA. Omega 3-vetzuren komen ook voor in wild vlees en in vlees van gras gevoerde dieren, maar in vlees uit de bio-industrie zijn ze nauwelijks te vinden. Dit komt omdat de dieren bijna geen vers gras meer eten. Daarentegen krijgen ze veel soja, maïs en andere granen te eten. Deze zijn rijk aan omega 6-vetzuren en bevatten nauwelijks omega 3-vetzuren. Als gevolg bevat het vlees van deze dieren veel omega 6-vetzuren en weinig omega 3-vetzuren. 

Omega 3-supplementen
Er zijn veel verschillende soorten en merken omega 3-supplementen op de markt. Als je je omega 3-index wilt verhogen kun je het best kiezen voor visolie of voor algenolie. Het is belangrijk dat de omega 3-olie van hoge kwaliteit is. 
Hieronder vind je een aantal kenmerken van een goed omega 3-supplement:
Het supplement bevat antioxidanten die ervoor zorgen dat de olie niet te snel in kwaliteit achteruitgaat. Voorbeelden van antioxidanten zijn vitamine E – tocoferolen -, rozemarijnextract, polyfenolen, ascorbaten - vitamine C - en citroenzuur. 
De olie heeft een lage totale oxidatie-waarde. Dit wordt vaak afgekort tot TOTOX-waarde. Hoe lager de TOTOX, hoe beter. Een TOTOX van 10 of lager is aan te raden. De TOTOX-waarde kun je bij de leverancier opvragen.
De olie moet gezuiverd zijn van zware metalen, PCB’s en dioxinen. Het onderzoeksrapport kun je bij de leverancier aanvragen.
Het supplement heeft het ‘Good Manufacturing Practice’ (GMP) keurmerk. ‘Good Manufacturing Practise’ betekend letterlijk ‘goede manier van produceren’. GMP is een kwaliteitsborgingssysteem voor onder andere de farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie. Bij GMP wordt er nauwkeurig vastgelegd hoe en onder welke omstandigheden een product wordt gemaakt. Hierbij worden alle grondstoffen, tussenproducten en eindproducten gecontroleerd en wordt het proces precies bijgehouden op het zogenaamde bereidingsprotocol.
Het supplement heeft een MSC-keurmerk - ‘Marine Stewardship Council’ keurmerk - indien het visolie bevat. Dit betekent dat ze visolie afkomstig is van duurzame visserij. De zee is de basis van het leven en daarom moeten we daar zorgvuldig mee om gaan. Als we het zeeleven verwoesten, slopen we indirect het leven op land. Daarom is het belangrijk dat we de zee niet leegvissen en dat we alleen duurzame visolie gebruiken.
Ons advies is om minimaal één keer per week vette vis te eten en dat dagelijks aan te vullen met een omega 3-supplement met ongeveer 700 mg EPA/DHA. Als je vegetariër of veganist bent – en dus geen vis eet -, zorg dan in ieder geval dat je een algenolie-supplement slikt om de omega 3-vetzuren EPA en DHA binnen te krijgen. Probeer een omega 3-index van minimaal acht procent te bereiken en te behouden. Je omega 3-index kun je via een simpele vingerpriktest meten.

Vitamine B12
Vitamine B12 is een in wateroplosbare vitamine die ook wel cobalamine genoemd wordt. De natuurlijke vormen die in de voeding voorkomen zijn methylcobalamine, hydroxycobalamine en S-adenosylcobalamine. Voedingsmiddelen die met B12 verrijkt zijn bevatten hydroxycobalamine. Voorbeelden hiervan zijn melkvervangers en yoghurtvervangers.
Vitamine B12 in de voeding is altijd aan een eiwit gebonden. In de maag worden vitamine B12 en eiwit onder invloed van maagzuur van elkaar gescheiden. Vervolgens wordt vitamine B12 in de dunne darm weer aan een ander eiwit gebonden, namelijk aan ‘intrinsic factor’. Dit eiwit wordt in de maag aangemaakt en is nodig om vitamine B12 in de dunne darm te kunnen opnemen.
Het lichaam is in staat om twee tot vijf milligram vitamine B12 op te slaan. Dit wordt met name in de lever opgeslagen. Naar schatting is deze voorraad voldoende voor drie tot tien jaar.
Vitamine B12 speelt een rol bij:
-De vorming van rode bloedcellen, die zuurstof vervoeren
-De werking van het zenuwstelsel
-De weerstand
-De energievoorziening
-De stofwisseling van foliumzuur
-Vitamine B12

Vegetariërs en veganisten hebben een groter risico op een vitamine B12-tekort, omdat zij geen of nauwelijks dierlijk voedsel eten. Omdat in de lever een grote hoeveelheid vitamine B12 opgeslagen ligt, zul je een verminderde inname via de voeding niet snel opmerken. Het kan jaren duren voordat de vitamine B12-voorraad uitgeput is en zichtbaar wordt aan de hand van symptomen en je bloedwaarde.
Een vitamine B12-tekort kan zich uiten in:
-Bloedarmoede (macrocytaire anemie), waardoor je last kunt krijgen van vermoeidheid, duizeligheid, hartkloppingen, ademnood, verminderde eetlust, angina pectoris (pijn op de borst) en oorsuizen
-Problemen met het zenuwstelsel, zoals tintelingen/brandend gevoel in de vingers (paresthesie), geheugenverlies, coördinatiestoornissen of spierzwakte in de benen
-Tekort aan foliumzuur
Vitamine B12 zit van nature in dierlijke producten, zoals vlees, gevogelte, vis, schaal- en schelpdieren, ei en zuivelproducten. Vitamine B12 wordt namelijk door bepaalde bacteriën in het maag-darmkanaal van dieren aangemaakt. Ook bij mensen wordt vitamine B12 in de dikke darm aangemaakt onder invloed van darmbacteriën, maar dit kan daar niet worden opgenomen. Daarom is de mens afhankelijk van vitamine B12 uit voeding. Dieren kunnen de vitamine B12 die in het maagdarmkanaal wordt aangemaakt wel opnemen, waardoor het in hun vlees, melk en eieren terecht komt.
In plantaardige voedingsmiddelen zoals gedroogd zeewier en algen zit ook vitamine B12, maar het grootste deel hiervan is niet actief en niet goed opneembaar. Verder is vitamine B12 aan bepaalde plantaardige producten toegevoegd, zoals aan melk- en yoghurtvervangers.

Vitamine B12-supplementen
Volwassenen hebben naar schatting 2,8 microgram (mcg) vitamine B12 per dag nodig. De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven ligt iets hoger, namelijk op 3,2 microgram en 3,8 microgram per dag.35 Mensen die volledig plantaardig eten zijn afhankelijk van vitamine B12 uit verrijkte producten – zoals plantaardige melk en yoghurt met toegevoegd vitamine B12 – of supplementen. Voor vegetariërs en veganisten kan een supplement met vitamine B12 in de vorm van methylcobalamine en adenosylcobalamine waardevol zijn ter preventie van een B12-tekort.

Vitamine D
Vitamine is een in vet oplosbare vitamine. Het komt in geringe mate in de voeding voor, maar de belangrijkste bron van vitamine D is de lichaamseigen aanmaak onder invloed van zonlicht. Vitamine D heeft onder andere de volgende functies:
Het bevordert de opname en inbouw van calcium en fosfor in botten en tanden, waardoor je sterke botten en tanden krijgt.
Het speelt een rol bij het in standhouden van een goede spierfunctie.
Het is betrokken bij een goede werking van het immuunsysteem.
Vitamine D-tekort
In Nederland is de zonkracht slechts enkele maanden – rondom de zomer – sterk genoeg om vitamine D in de huid aan te kunnen maken. Rondom de zomermaanden zou je dus voldoende vitamine D kunnen aanmaken als je voldoende buiten bent en aan zonlicht wordt blootgesteld. En daar wringt de schoen, want velen van ons werken binnen op kantoor en komen weinig buiten op de tijden dat de zonkracht sterk genoeg is voor de productie van vitamine D. Daarnaast is de zonkracht een groot deel van het jaar te zwak om vitamine D aan te kunnen maken. Het gevolg is dat de vitamine D-waarde in de herfst en winter snel daalt, waardoor velen een groot deel van het haar een niet-optimale vitamine D-status hebben. Enerzijds komt dit dus door te weinig blootstelling aan zonlicht, maar er zijn nog een aantal factoren die het risico op een vitamine D-tekort verhogen. Denk hierbij aan:
-Hogere leeftijd: oudere huid maakt minder vitamine D aan
-Geen vette vis eten
-In de winter geen vitamine D-supplement gebruiken
-Te lage calciuminname
-Baby zijn van een moeder met vitamine D tekort
-Leven op hoge breedtegraad
-Donkere huidskleur
-Overmatig gebruik van zonnebrandcrème
-Overgewicht
De vitamine D-status wordt over het algemeen gemeten aan de hand van het vitamine D-metaboliet 25-hydroxyvitamin-D [25(OH)D]. De 25(OH)D-waarde bepaalt of een persoon een tekort, voldoende of een teveel aan vitamine D heeft. 

Wat is een goede vitamine D-status?
In het bloed wordt de inactieve vorm van vitamine D gemeten, namelijk 25-hydroxyvitamine D [25(OH)D]. Bij natuurvolkeren en buitenwerkers wordt een natuurlijke vitamine D status van ongeveer 100 tot 200 nmol/l gevonden.38, 39, 40 Internationale experts pleiten voor een streefwaarde van minimaal 75 nmol/l. Er lijkt in Europa consensus te ontstaan over een minimale waarde van 50 nmol/l en een streefwaarde van 75 nmol. Daarentegen ligt volgens de Vitamin D council (Vitamine D-raad) een normale vitamine D-waarde tussen de 100 en 250 nmol/L. De Vitamin D Counsil adviseert de volgende referentiewaarden:
Tekort: 0-100 nmol/L (0-40 ng/ml)
Voldoende: 100-200 nmol/L (40-80 ng/ml)
Hoognormaal: 200-250 nmol/l (80-100 ng/ml)
Ongewenst: boven de 250 nmol/L (boven de 100 ng/ml)
Toxisch (giftig): boven de 375 nmol/L (boven de 150 ng/ml)

Hoe veel mensen hebben een niet-optimale vitamine D-status?
In de afgelopen jaren hebben we bij honderden mensen de vitamine D-waarde in het bloed getest. Uit ervaring kunnen we zeggen dat vrijwel niemand het hele jaar door een vitamine D-waarde van boven de 100 nmol/L kan handhaven zonder vitamine D-supplementen te gebruiken.

Vitamine D in voeding
De meest bekende vormen van vitamine D zijn ergocalciferol – vitamine D2 – en cholecalciferol – vitamine D3. Vitamine D2 komt in paddenstoelen en schimmels voor, terwijl vitamine D3 met name in dierlijke voedingsmiddelen voorkomt. In Nederland wordt aan bepaalde voedingsmiddelen vitamine D toegevoegd. Denk hierbij aan margarine, halvarine, bak- en braadproducten en zuivelvervangers zoals amandelmelk en kokosyoghurt.

In onderstaande tabel vind je voedingsmiddelen die rijk zijn aan vitamine D.
Mcg/100 g
Paling (gerookt) 20.4
Sprotfilet (gerookt) 13
Sardines (gegrild) 12.3
Zalm (blik) 10.9
Heilbot (gerookt) 9
Makreelfilet (gerookt) 8.2
Haring (gezouten / in (zoet) zuur) 6.2
Zalm (gerookt) 4
Sardines in olie blik 3.3
Kippenei biologisch (gekookt) 2.3
Bron: NEVO-online versie 2016/5.0, RIVM, Bilthoven

Vitamine D-supplementen
Vitamine D komt voor in twee vormen, namelijk in ergocalciferol – D2 – en cholecalciferol – D3. Vitamine D3 is effectiever met betrekking tot het verhogen van de vitamine D-waarde in het bloed. Kies daarom bij aankoop van een vitamine D-supplement voor vitamine D3. De meeste supplementen bevatten vitamine D3 van dierlijke afkomst – wolvet -, maar er zijn ook vitamine D3-supplementen die 100 procent vegan zijn.

Aangezien vitamine D een vetoplosbare vitamine is, wordt de opname vergroot indien het in een olie is opgelost of met vet wordt ingenomen. Ons advies is om ongeveer 3.000 IE (75 mcg) vitamine D per dag te gebruiken en te streven naar een bloedwaarde van boven de 100 nmol/L.

Vitamine K
Vitamine K is net als vitamine D een vetoplosbare vitamine. Het is te vinden in zowel dierlijke als plantaardige voedingsmiddelen. Er zijn grofweg twee soorten vitamine K, namelijk:
Vitamine K1, ook wel phylloquinone genoemd, komt met name voor in plantaardige voeding, terwijl vitamine K2 hoofdzakelijk voorkomt in dierlijke voeding en in gefermenteerde voedingsmiddelen.
Vitamine K2, ook wel menaquinone genoemd, kan vervolgens nog onderverdeeld worden in MK-4, MK-5, MK-6, MK-7, MK-8 en MK-9.

Vitamine K is onder andere nodig voor:
-Bloedstolling.
-Een gezond hart en gezonde bloedvaten, het remt namelijk de verstijving van bloedvaten en aderverkalking.
-Gezonde botten.
-Het in balans houden van de bloedsuiker, waardoor het beschermt tegen diabetes type 2.
-Het remmen van ontsteking.
Vitamine K1 en K2 hebben verschillende functies. Zowel vitamine K1 als K2 bevinden zich in de lever en spelen een rol binnen de bloedstolling, maar vitamine K2 bevindt zich ook in andere weefsels. Bijvoorbeeld in de botten en in het hart, waar het belangrijke functies vervult. Vitamine K2 is erg belangrijk voor een sterke botopbouw en het gezond houden van het hart en de bloedvaten.

Vitamine K komt in zowel plantaardige als in dierlijke voeding voor. Plantaardige voeding bevat vitamine K1. Dit komt met name voor in alle groene groentes. Vitamine K1 kan in het lichaam deels in vitamine K2 – MK-4 – worden omgezet. Daarnaast komt kant-en-klare MK-4 voor in onder andere vlees en eieren. Verder worden MK-7, MK-8 en MK-9 – vormen van vitamine K2 – door bacteriën geproduceerd en bevinden zich dus in gefermenteerde voedingsmiddelen zoals natto – gefermenteerde sojabonen – en kaas.
Uit onderzoek blijkt dat een hoge inname van vitamine K2 een sterk beschermend effect heeft tegen hart- en vaatziekten. Vitamine K1 daarentegen blijkt dat effect niet te hebben. Een vitamine K2 inname van minimaal 32 mcg per dag resulteerde in een 50 procent vermindering van aderverkalking en hart- en vaatziekten. Bovendien daalde het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 25 procent. Deze bevindingen werden in een ander onderzoek bevestigd. Daaruit bleek dat voor iedere inname van 10 mcg vitamine K2 – in de vormen MK-7, MK-8 en MK-9 – het risico op coronaire hartziekten met negen procent liet dalen. Verder bleek uit onderzoek onder postmenopauzale vrouwen dat suppletie van 180 mcg vitamine K2 – MK-7 – per dag tot een vermindering van verstijfde bloedvaten leidde.
Als je regelmatig groene groenten eet, kun je in principe voldoende vitamine K1 binnen krijgen. Helaas heeft vitamine K1 niet dezelfde beschermende effecten tegen aderverkalking en stijve bloedvaten als vitamine K2. Vooral een hogere inname van vitamine K2 is gewenst, maar het is bijna onmogelijk om voldoende vitamine K2 uit de voeding te halen. Vitamine K2 supplementen bieden hier een oplossing.

Vitamine K-supplementen
Uit eerdergenoemde onderzoeksresultaten blijkt dat een inname van 32 mcg tot 180 mcg vitamine K2 per dag gewenst is. De voorkeur gaat uit naar vitamine K2, omdat dit beter tegen diabetes type 2 en hart- en vaatziekten beschermd dan vitamine K1. Hierbij gaat de voorkeur uit naar suppletie met vitamine K2 als MK-7, aangezien dit veel langer in het lichaam beschikbaar is en daardoor beter werkzaam is dan MK-4.

Let wel op bij het gebruik van bloedverdunnende medicijnen uit de groep vitamine K-antagonisten. Voorbeelden hiervan zijn acenocoumarol en fenprocoumon. Deze gaan bloedstolling tegen door de bloedstollende werking van vitamine K te remmen. Het gebruik van vitamine K-supplementen kan de werking van bloedverdunners verminderen, wat tot een gevaarlijke situatie kan leiden. Uit onderzoek blijkt dat het effect van bloedverdunners niet geremd wordt door vitamine K1-supplementen met doseringen tot 100 mcg per dag. Het is daarom raadzaam om geen supplementen met meer dan 100 mcg vitamine K te gebruiken als je bloedverdunners gebruikt. Voor mensen die geen bloedverdunners gebruiken zijn hoge doseringen vitamine K wel veilig. Schadelijke effecten zijn hierbij namelijk nog nooit aangetoond.

Laten we nu naar de spoorelementen en mineralen kijken, te beginnen met jodium.

Jodium is een spoorelement en komt van nature voor in zeevoedsel. Voedsel dat van het land afkomstig is, is arm aan jodium. Jodium is in iedere lichaamscel aanwezig en kan in verschillende organen worden opgeslagen, waaronder in de schildklier, de speekselklieren, het maagslijmvlies, lacterende borstklieren, de hersenen, de ogen, traanklieren, de thymus, de huid, de placenta, de eierstokken, de baarmoeder, de prostaat en de pancreas.
Jodium heeft onder andere de volgende functies:
-Speelt een rol bij de schildklierfunctie, want jodium is de bouwstof van schildklierhormonen.
-Speelt via het schildklierhormoon een rol bij de groei, de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de hersenen, de stofwisseling en de energievoorziening.
-Beschermt tegen bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en kanker.
-Werkt als antioxidant en remt ontsteking.
-Jodiumtekort
Het lichaam is in staat om jodium op te slaan. Dit gebeurt onder andere in de schildklier. Wanneer er te weinig jodium via de voeding binnenkomt, merk je dit niet direct omdat er een voorraad in het lichaam aanwezig is. Het kan jaren duren voordat je het merkt. Je kunt dus onopgemerkt een tijdje te weinig jodium binnen krijgen, maar zodra je voorraad uitgeput is zullen er symptomen optreden.

De jodiuminname in Nederland is dubieus. De inname van jodium is de laatste jaren flink aan het dalen. Tussen 2006 en 2015 daalde de inname met maar liefst 37 procent bij mannen en met 33 procent bij vrouwen. Brood, dat gemaakt is met gejodeerd bakkerszout, is de belangrijkste – maar niet de gezondste – jodiumbron in ons land. Jodium komt van nature voor in zeevoedsel, maar de meeste mensen eten hier veel te weinig van om voldoende jodium binnen te krijgen. Om jodiumtekorten te voorkomen is in het verleden besloten om verplicht jodium aan bakkerszout toe te voegen. Veel bakkers – maar niet alle – gebruiken dit zout om brood mee te bakken en daarom is brood tegenwoordig de belangrijkste jodiumbron van onze bevolking. Vier sneetjes brood dat gebakken is met gejodeerd zout bevat zo’n 100 microgram jodium. Op die manier heb je al ongeveer 75 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid binnen. Tegenwoordig is het niet meer verplicht om brood te bakken met gejodeerd zout. Op het etiket van het brood staat of het met gejodeerd bakkerszout is gemaakt.
Sinds 2008 is de hoeveelheid jodium dat aan zout wordt toegevoegd verlaagd. Deze verandering is een belangrijke oorzaak van de gedaalde jodiuminname. Maar dit is niet het enige. De laatste jaren is de consumptie van twee belangrijke jodiumbronnen gedaald, namelijk van zuivel en brood. Hoewel niet ieder brood met gejodeerd zout wordt gemaakt. Biologisch brood bevat vaak geen gejodeerd zout. Zowel het eten van geen tot weinig brood als het eten van biologisch brood kan dus de kans op een jodiumtekort vergroten. Je loopt ook een verhoogd risico op een tekort aan jodium als je zelf brood bakt en geen gejodeerd zout gebruikt.
Daarnaast neemt de jodiuminname af als gejodeerd keukenzout wordt vervangen door zeezout. Hoewel gejodeerd keukenzout minder lijkt bij te dragen aan de jodiuminname dan velen denken. Allereerst neemt de hoeveelheid jodium in het keukenzout snel af. Op het moment dat je het zout in de winkel koopt is al een groot deel van het jodium verloren gegaan. Zodra je de verpakking opent, en het zout aan lucht wordt blootgesteld, gaat er nog meer verloren. Het jodium verdampt dan namelijk. 
Daarnaast gaat jodium ook grotendeels verloren bij verhitting en een klein gedeelte gaat verloren door blootstelling aan licht. Verder is keukenzout volgens sommige experts eigenlijk niet geschikt om te verrijken met jodium. Dit omdat chloride de opname van jodium belemmert en keukenzout bestaat uit de verbinding natriumchloride.
De concurrenten van jodium
Chloride valt samen met fluoride, bromide en jodium onder de categorie halogenen. Al deze halogenen hebben de neiging om aan de receptor bindingsplaatsen in de schildklier te binden. Hierdoor blokkeren chloride, fluoride en bromide de werking van jodium. Als de bindingsplaatsen al met deze halogenen bezet zijn, kan het jodium er niet meer aan binden. Chloride, fluoride en bromide concurreren dus met jodium om de receptor bindingsplaats. Als de concurrentie van chloride, fluoride en bromide te hoog is, heeft jodium minder kans om opgenomen te worden. Op die manier zou blootstelling aan te veel chloride, fluoride en bromide een jodiumtekort en een trage schildklier kunnen veroorzaken.
Fluoride
In Nederland worden we vooral blootgesteld aan fluoride door het drinken van groene en zwarte thee. Thee bevat namelijk van nature fluoride. Daarentegen zijn er ook onnatuurlijke bronnen van fluoride. Bijvoorbeeld tandpasta en mondverzorgingsproducten waaraan fluoride is toegevoegd. Ook wordt in sommige landen fluoride aan het kraanwater toegevoegd. Dit gebeurt in de Verenigde Staten, Australië, Ierland, Engeland, Canada, Chili en Spanje, maar niet in Nederland. Met name een hoge consumptie van groene en zwarte thee en het drinken van gefluorideerd water – in het buitenland – zouden problematisch kunnen zijn.

Bromide
Bromide komt voor in bestrijdingsmiddelen, plastic, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen en in brandvertragende stoffen in textiel, isolatiemateriaal, tapijten en gordijnen. Ook elektronische apparatuur bevat gebromeerde vlamvertragers. De hoogste concentraties worden vooral aangetroffen in de kunststofkasten van oude televisies en computers. Ook kunststofonderdelen van bijvoorbeeld toetsenborden, computermuizen en telefoons kunnen hoge concentraties bevatten. Dagelijks worden we veel aan bromide blootgesteld. Volgens Lynne Farrow, auteur van het boek ‘The Iodine Crisis’, is onze blootstelling aan bromide één van de belangrijkste veroorzakers van een jodiumtekort.

Een andere groep stoffen die een jodiumtekort kunnen veroorzaken zijn goïtrogenen. Dit zijn stoffen die de opname van jodium in de schildklier belemmeren en de schildklierfunctie kunnen verstoren. Goïtrogenen zijn onder andere te vinden in sigaretten en in bepaalde soorten voedsel. Voorbeelden van goïtrogene voedingsmiddelen die we vaak eten zijn onder andere:
bloemkool
boerenkool
radijs
mosterd
raap
zoete aardappel
pastinaak
cassave
ui
bamboescheuten
sojabonen
tofu
gierst
thee
appel
grapefruitsap
rode wijn
Volgens sommige onderzoekers zou overmatige consumptie van goïtrogene voeding een jodiumtekort kunnen veroorzaken. Het gaat hierbij met name om de consumptie van rauw goïtrogeen voedsel, want verhitting maakt goïtrogenen grotendeels onschadelijk. Er is geen bewijs dat het eten van een normale hoeveelheid goïtrogeen voedsel schadelijk is.
Genoeg over factoren die een jodiumtekort kunnen veroorzaken. Laten we eens kijken welke voeding rijk is aan jodium.
Nederlanders krijgen de meeste jodium via onnatuurlijke voeding binnen. Hieronder zie je de bijdrage van vier verschillende jodiumbronnen aan de totale jodiuminname.
-Gejodeerd zout door voedingsmiddelenindustrie toegevoegd: 43%
-Natuurlijke bronnen: 40%
-Gejodeerd zout zelf toegevoegd: 13%
-Supplementen: 3%
Zoals je kunt zien is ongeveer 60 procent van onze jodiuminname afkomstig uit onnatuurlijke voedingsmiddelen, zoals brood.
Van nature komt jodium voornamelijk in zeevoedsel voor. Denk aan algen, zeewieren, vis en schaal- en schelpdieren. Daarentegen zijn voedingsmiddelen die van het land afkomstig zijn arm aan jodium. Zuivelproducten en eieren bevatten slechts kleine hoeveelheden jodium. Omdat de meeste voedingsmiddelen van nature jodiumarm zijn, wordt jodium aan bepaalde voedingsmiddelen toegevoegd. Bijvoorbeeld aan keukenzout en bakkerszout. Brood dat gemaakt is met bakkerszout bevat daarom ook jodium. Ook is het aan sommige vleeswaren toegevoegd.

Jodiumsupplementen
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid jodium is voor volwassenen 150 microgram per dag. Vrouwen die zwanger zijn hebben 175 microgram per dag nodig en vrouwen die borstvoeding geven 200 microgram per dag.
Brood met gejodeerd bakkerszout en melkproducten zijn de belangrijkste jodiumbronnen in Nederland, maar volgens ons zijn het niet de gezondste. Granen en melkproducten kunnen de gezondheid namelijk via verschillende wegen schaden. Hoewel niet iedereen last hoeft te hebben van granen en melkproducten, voelen veel mensen zich beter als zij deze voedingsmiddelen vermijden. Het gaat hierbij met name om mensen met een niet-optimale spijsvertering, eczeem, voedselintoleranties, chronische ontstekingen en auto-immuunziekten. Als je weinig tot geen brood en melkproducten eet – zoals bij oervoeding en Paleo -, is het belangrijk dat je voldoende jodium uit andere voedingsmiddelen haalt. Bijna niemand redt dit, aangezien jodiumrijke bronnen zoals witvis, schaal- en schelpdieren en zeewier weinig worden eten.
Als je het niet redt om de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid jodium via je voeding binnen te krijgen, is aanvulling met een jodiumsupplement aan te raden. Door 100 microgram jodium via een supplement in te nemen, krijg je net zo veel jodium binnen als bij het eten van vier sneetjes brood. Suppletie van 100 tot 150 microgram is aan te raden om vier sneetjes brood met twee porties zuivel te compenseren. Kaliumjodide is de meest voorkomende vorm van jodium in supplementen.

Selenium komt in twee vormen voor, namelijk in anorganische en organische vorm. Seleniumselenaat en seleniumseleniet zijn anorganische vormen, terwijl selenomethionine en selenocysteïne organische vormen zijn. De anorganische vormen komen voor in de grond en worden door planten opgenomen. Vervolgens zetten planten dit om in de organische vormen selenomethionine en selenocysteïne. In ons lichaam komt selenium het meest voor in de vorm selenomethionine. Selenium wordt opgeslagen in de spieren en in de schildklier. De spieren bevatten ongeveer 28 tot 46 procent van de totale hoeveelheid selenium die in het lichaam aanwezig is.
Selenium heeft een breed werkingsgebied. Het heeft de volgende functies:
-Antioxidantwerking.
-Bescherming van bloedlichaampjes en cellen tegen beschadiging.
-Vermindering van de giftigheid van zware metalen die door voedselverontreiniging in het lichaam terechtkomen minder.
-Beïnvloeding van de schildklierwerking, want selenium is nodig voor de omzetting van het inactieve schildklierhormoon (T4) naar de actieve vorm (T3).
-Mogelijke bescherming tegen prostaatkanker.
-Draagt bij aan een goede weerstand.
-Speelt een rol bij de ontwikkeling van zaadcellen.
-Draagt bij aan het behoud van gezond haar.
Veel mensen krijgen te weinig selenium via de voeding binnen. Afhankelijk van de leeftijdscategorie en het geslacht haalt 15 tot 78 procent van de Nederlanders minder dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid selenium uit hun voeding. De gemiddelde Nederlanders krijgt dagelijks slechts 45 microgram selenium via de voeding binnen, terwijl de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen 70 microgram per dag bedraagt. Selenium is onder andere belangrijk voor een goede werking van de krachtige antioxidant glutathion. Voor een optimale werking van alle seleniumafhankelijke eiwitten (selenoproteïnen) is dagelijks 105 microgram selenium nodig. De gemiddelde Nederlander komt dus 60 microgram per dag tekort.
Selenium zit in zowel dierlijke als plantaardige voedingsmiddelen. Paranoten, zeevoedsel en orgaanvlees zijn het rijkst aan selenium. De hoeveelheid selenium in plantaardige voedingsmiddelen is afhankelijk van de hoeveelheid selenium in de bodem en kan daarom erg verschillen. Selenium in (orgaan)vlees is grotendeels afkomstig uit het veevoer dat met selenium is verrijkt. 
De organische vormen van selenium worden beter opgenomen dan de anorganische vormen. Daarom gaat de voorkeur uit naar supplementen die de organische vormen van selenium bevatten: seleniumcysteïne en selenomethionine.
Omdat de gemiddelde Nederlander dagelijks ongeveer 60 microgram selenium tekortkomt voor een optimale werking van de krachtige antioxidant glutathion, raden wij een dosering van ongeveer 60 microgram per dag aan.*De hoeveelheid selenium in Vitaily Basis wordt in 2021 verhoogd naar 60 microgram.

Zink
Zink is een spoorelement. Het is onderdeel van ongeveer 100 enzymen in het lichaam. Dit zijn stoffen die noodzakelijk zijn om allerlei processen, zoals de stofwisseling, mogelijk te maken. Omdat het lichaam geen specifieke zinkvoorraad heeft, is het belangrijk dat je dagelijks zink binnenkrijgt.
Zink heeft de volgende functies:
-Speelt een rol binnen het immuunsysteem (en is dus belangrijk bij de afweer van virussen)
-Behoud van gezonde botten en haar
-Behoud van gezonde huid en slijmvliezen (waaronder de mond, darmen, longen)
-Behoud van een goed geheugen
-Draagt bij aan de vruchtbaarheid
-Werkt als antioxidant en beschermt tegen vrije radicalen/oxidatieve stress
-Is onderdeel van enzymen die bij de stofwisseling betrokken zijn
-Speelt een rol bij de opbouw en afbraak van koolhydraten
-Vormt onderdeel van het hormoon insuline, dat een rol speelt bij de regulatie van bloedglucose
-Speelt een rol bij de schildklierfunctie, aangezien zink voor de omzetting van het weinig actieve schildklierhormoon (T4) naar de actievere vorm (T3) nodig is
-Speelt een rol bij de opbouw van eiwitten en daarmee bij de groei en vernieuwing van weefsel (dus ook bij wondheling)

Zinktekort
-Verminderde weerstand, waardoor vaker infecties/verkoudheden
-Afwijkingen aan de huid, slijmvliezen (mond, darmen, longen) en het skelet
-Verandering in reuk- en proefvermogen
-Groeistoornis
-Achterblijvende ontwikkeling van het geslacht
-Nachtblindheid

Bepaalde factoren kunnen het risico op een zinktekort vergroten: 
-Alcohol, want dat vermindert de opname en verhoogt de uitscheiding
-Te lage zinkinname via de voeding (8 tot 18 procent van de volwassenen)
-Vegetarisch en veganistisch eten, want zink uit plantaardige voeding is vaak minder goed opneembaar (sommige hebben wel 50 procent meer zink nodig)
-Verminderde opname door maagdarmaandoeningen
-Overmatige uitscheiding door chronische diarree
-Bepaalde chronische aandoeningen, zoals diabetes, chronische lever- en nierziekte en sikkelcelziekte
-Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven (door verhoogd verbruik)
-Chronisch gebruik van plaspillen (verhoogt uitscheiding via urine)

Zinkbronnen
Zink zit in vlees, zuivelproducten, granen, noten, zaden, vis en schaal- en schelpdieren.

Volwassen mannen hebben dagelijks 9 milligram nodig en volwassen vrouwen zeven gram. Vrouwen die zwanger zijn hebben ook dagelijks 9 milligram nodig en vrouwen die borstvoeding geven 11 milligram. 
Een deel van de Nederlandse bevolking krijgt minder dan de AHD zink binnen. Daarnaast zijn er verschillende factoren die de opname van zink belemmeren en het verbruik en/of de uitscheiding ervan verhogen. Omdat we geen zinkvoorraad hebben is het belangrijk om dagelijks voldoende zink binnen te krijgen. Een supplement met 9 milligram zink in de vorm van bijvoorbeeld zinkmethionine kan je in deze behoefte voorzien.*Vitaily Basis wordt in 2021 aangevuld met 9 milligram zinkmethionine. 

Magnesium
Net als selenium komt magnesium voor in organische en anorganische vormen. Organische magnesiumvormen zoals magnesiumbisglycinaat, magnesiumcitraat, magnesiumlactaat en magnesiumgluconaat lijken beter in de darmen opgenomen te worden dan de anorganische vormen magnesiumoxide, magnesiumhydroxide, magnesiumsulfaat, magnesiumchloride en magnesiumcarbonaat.

De opname van magnesium wordt ook door andere factoren bepaald. Fytinezuur in voeding heeft een negatief effect op de opname van magnesium. Hoe meer fytinezuur de voeding bevat, hoe lager de magnesiumopname. Fytinezuur komt voor in volkoren graanproducten. Verder wordt de opname van magnesium geremd door voedingsvezels, fosfor, hoge doseringen van zinksupplementen – 142 mg per dag -, de hoeveelheid eiwit en oxaalzuur.
Magnesium kan in het lichaam worden opgeslagen. Het lichaam bevat ongeveer 25 gram magnesium, waarvan ongeveer 63 procent in de botten ligt opgeslagen en 27 procent in de spieren. Minder dan één procent van het magnesium bevindt zich in het bloed.
Magnesium heeft de volgende functies:
-Speelt een rol bij de vorming van botten en spieren.
-Speelt een rol bij de overdracht van prikkels in spieren en zenuwbanen.
-Zorgt voor een goede werking van de spieren.
-Speelt een rol bij de werking van meer dan 300 enzymen. Dit zijn eiwitten die nodig zijn om processen in het lichaam mogelijk te maken.
-Speelt een rol bij de energieproductie.
-Draagt bij tot een normale psychologische functie.
-Speelt een rol bij de bloedsuikerregulatie.
-Speelt een rol bij de bloeddrukregulatie.
-Is nodig voor de aanmaak van de krachtige antioxidant glutathion.

Magnesiumtekort
Afhankelijk van het geslacht en de leeftijdscategorie voldoet 11 tot 75 procent van de Nederlanders boven de acht jaar niet aan de Adequate Inneming van magnesium. Het beoordelen van de magnesiumstatus is lastig, omdat het meeste magnesium in de cellen en in de botten zit. De meest gangbare manier om de magnesiumstatus te bepalen is via de meting van de hoeveelheid magnesium in het serum (bloed), maar dit heeft weinig verband met de totale magnesiumstatus van het lichaam of van specifieke weefsels. Het lichaam kan namelijk magnesium uit de botten, spieren en organen halen om de serumwaarde op niveau te houden wanneer de magnesiuminname laag is. Hierdoor is de serumwaarde goed, terwijl de botten, spieren en uitgeput raken. Dus normale magnesiumwaarden is het serum kunnen een magnesiumtekort niet uitsluiten.
Ook het meten van magnesium in rode bloedcellen, speeksel en urine zijn niet echt goede manieren. Dit betekent dat geïsoleerde laboratoriumtesten vrij weinig zeggen over de magnesiumstatus. Voor een goede diagnose van een magnesiumtekort is het belangrijk om zowel naar testresultaten als naar symptomen van een magnesiumtekort te kijken. Ook kun je natuurlijk kijken naar in hoeverre iemand magnesium via de voeding binnenkrijgt en of er risicofactoren voor een magnesiumtekort aanwezig zijn.

Risicofactoren voor een magnesiumtekort zijn:
-Een gebrekkige voeding.
-Spijsverterings- en opnameproblemen door veroudering of bij maag- en darmaandoeningen en een maagverkleining.
-Een verminderde nierfunctie, waardoor de magnesiumuitscheiding verhoogd is.
-Chronische emotionele- en psychologische stress.
-Intensieve lichamelijke inspanning zoals bij sport.
-Het gebruik van medicijnen zoals onder andere maagzuurremmers, anticonceptiepil, plaspillen, diuretica, chemotherapie kan tot een slechtere opname of een verhoogde afvoer van magnesium leiden.
-Zwangerschap.
-Langdurig en overmatig borstvoeding geven.
-Overmatig menstrueren.
-Een hoge inname van fosfor en calcium door o.a. frisdrank, zuivelproducten, voedingsmiddelen die verrijkt zijn met calcium en calciumsuppletie.
-Een overschot, maar ook een tekort aan vitamine D.
-Lage seleniuminname.
-Vitamine B6-tekort.
-Een hoge inname van vet en suiker.
-Een hoge inname van cafeïne.
-Gebruik van alcohol.
-Lage zoutinname.
-Blootstelling aan aluminium afkomstig van deodorant, aluminiumfolie, aluminium pannen en keukengerei.
-Aandoeningen zoals diabetes type 1 en 2, metabool syndroom, insulineresistentie, nierfalen, maag- en darmaandoeningen, kanker, te snel werkende schildklier, hartfalen, leveraandoeningen, ontsteking van de alvleesklier,
-Gebruik van verschillende medicijnen zoals plaspillen, maagzuurremmers, laxeermiddelen, oestrogeen bevattende medicijnen – o.a. anticonceptiepil -, Digoxine, Ciclosporine, Foscarnet, Pentamide, Gentamicine en Tobramycine.

Het lastige is dat een mild magnesiumtekort niet direct tot opvallende symptomen leidt, terwijl er langzamerhand relatief onopvallend allerlei processen verstoord raken. Een zogenoemd subklinisch magnesiumtekort komt veel voor en is één van de belangrijkste oorzaken van chronische ziekten, waaronder hartziekten en vroegtijdige overlijden. Volgens onderzoekers moet een subklinisch magnesiumtekort als volksgezondheidscrisis worden beschouwd. Het komt over de hele wereld voor, maar is onderkend. 
Naar schatting kregen onze voorouders, de jager- en verzamelaars, ongeveer 600 milligram magnesium per dag binnen. Waarschijnlijk is het menselijke lichaam aan deze hoeveelheid aangepast. Nu krijgen Nederlanders gemiddeld 341 milligram magnesium per dag binnen. Dit betekent dat de gemiddelde Nederlander ongeveer 260 milligram magnesium per dag tekort zou binnenkrijgen. Magnesium zit met name in zaden, noten, zeewier, peulvruchten, granen en bladgroenten. 
Organische magnesiumvormen lijken beter in de darmen opgenomen te worden dan anorganische vormen, zoals magnesiumoxide. Magnesiumbisglycinaat – magnesium gebonden aan het aminozuur glycine – lijkt een van de best opneembare vormen te zijn. Dit komt omdat het aan een klein aminozuur – eiwitdeeltje – gekoppeld is. Aminozuren worden heel goed opgenomen in de darmen. Omdat magnesiumbisglycinaat een koppeling is tussen magnesium en het aminozuur glycine, wordt het in de darmen als aminozuur gezien. Hierdoor verloopt de opname anders ten opzichte van andere magnesiumvormen. Magnesiumbisglycinaat wordt namelijk via de dipeptidekanalen in de darmen opgenomen. Dit zijn kanalen die aminozuren opnemen. Bij andere vormen van magnesium is er met betrekking tot de opname sprake van competitie met andere mineralen, zoals calcium uit de voeding. Deze mineralen vechten als het waren met elkaar om opgenomen te worden, waardoor de opname niet optimaal is. Omdat magnesiumbisglycinaat via de dipeptidekanalen wordt opgenomen, wordt deze mineralencompetitie omzeilt. Dit leidt tot een betere opname. Daarnaast bindt magnesiumbisglycinaat ten opzichte van magnesiumoxide en magnesiumcitraat ook niet aan stoffen uit de voeding – fytaten, fosfaten en tanninen – die de magnesiumopname kunnen belemmeren. Verder heeft magnesiumbisglycinaat als voordeel dat het minder snel tot diarree leidt, waardoor je het gemakkelijker hoger kunt doseren. Magnesiumbisglycinaat is in staat om de magnesiumstatus in zowel de hersenen als in het bloed te verhogen. Daarentegen kan magnesiumcitraat – magnesium gebonden aan citroenzuur – ook de magnesiumstatus in de spieren verhogen.
Er zijn aanwijzingen dat vitamine B6 de opname van magnesium verbeterd. Daarnaast blijkt een vitamine B6-tekort de uitscheiding van magnesium te bevorderen, waardoor een tekort kan ontstaan. Daarom is magnesium in combinatie met vitamine B6 waarschijnlijk effectiever.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat suppletie met minimaal 300 milligram magnesium nodig is om het risico op allerlei chronische aandoeningen te verlagen. Hoewel magnesiumbisglycinaat beter opneembaar lijkt dan magnesiumcitraat, lijkt magnesiumcitraat effectiever in het verhogen van de magnesiumstatus in de spieren. Magnesiumbisglycinaat en -citraat hebben beide hun voordelen en zijn geschikt om als supplement te nemen. Je kunt ze ook gecombineerd innemen.

Wat moet ik onthouden?
In het moderne leven heeft bijna iedereen moeite met een optimale inname van essentiële voedingsstoffen zoals omega 3-vetzuren, vitamine D3, vitamine K2, jodium, selenium en magnesium. Over de jaren kunnen sluipende tekorten optreden.

En nu?
Suppletie van deze sleutelstoffen is een essentiële aanvulling op het moderne leven en een zinvolle investering in de vitaliteit, zowel vandaag als richting de toekomst. Slik geen zes verschillende potjes, maar kies voor gezond en gemak in één zakje. 

Vitaily kost je 3 slokken water en 6 seconden per dag.
Op dit moment betaal je minimaal €3,- per dag aan je zorgverzekering om de juiste zorg te krijgen als je jouw vitaliteit bent verloren.
Investeer juist óók preventief. Het motto blijft: Is je lijf je lief, leef dan preventief!

Klik hier om in jouw vitaliteit te investeren.

Let op: gebruik de code (Paul&Chantal) om €7,50 voordeel te krijgen op een maand- of kwartaalpakket (voordeel niet van toepassing op een jaarpakket).

Admin - 14:48:42 | Een opmerking toevoegen

Dit is een nieuwe pagina.


 
 
 
E-mailen
Info
Instagram